Dans is ontspannend, grensverleggend, expressief, fijn om te doen, maar is het ook ergens goed voor?

Uit onderzoek van TNO en TNS NIPO is gebleken dat dans een belangrijke bijdrage levert aan een gezonde levensstijl. TNO heeft daarnaast onderzocht wat de energetische belasting van dans is. Uit beide onderzoeken komt duidelijk naar voren dat álle vormen van dans bijdragen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Dans is een makkelijke en toegankelijke manier van bewegen voor jong en oud. Een prettige bijkomstigheid is, dat mensen vooral voor hun plezier dansen.

De Kunstfactor, sector instituut amateurkunst, onderzocht wat de motivatie van mensen is om te gaan dansen. De meest genoemde reden is dat mensen dansen fijn vinden om te doen. Het roept een gevoel van plezier en onbevangenheid op. Op de tweede plaats worden lichaamsbeweging, gevolgd door het vergroten van de sociale contacten, het groepsgevoel en expressie geven aan gevoelens en emoties genoemd.

Waarom dans op de basisschool?

De algemene insteken van dans zijn de lichamelijke ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, het lichaamsbewustzijn, bevorderen van coördinatie en concentratie, gevoel voor muziek, ruimtelijke ontwikkeling en het stimuleren van de fantasie, inlevingsvermogen en de samenwerking tussen onze rechter en linker hersenhelft. Naast bovengenoemde algemene motieven zijn er tal van specifieke aspecten in de dans te benoemen die liggen op het sociale, artistieke, expressieve en creatieve vlak. Dans op school kan heel goed gebruikt worden ter voorbereiding en stimulering van de taalontwikkeling, ondersteuning van het rekenonderwijs en als verwerkingsvorm bij natuur- en wereldoriënterende vakken. Je hoeft geen expert te zijn om met kinderen gewoon het plezier van dans te beleven! In het boek ‘Voorbij de Kaders’ staan allerlei ideeën en voorbeelden uit de praktijk, verbonden aan inzichten over leren vanuit wetenschap, kunst en het onderwijsveld zelf. Hieronder enkele handvatten voor leerkrachten om zelf aan de slag te gaan, met een terugkoppeling naar achterliggende leerdoelen. Het betreft een simpele opzet voor een dansles, geschikt voor alle leeftijden.

Warming up

Een warming up doe je niet alleen om de spieren op te warmen en in de sfeer te komen. Kinderen worden zich al doende bewust van hun eigen lichaam. Ze leren verschillende onderdelen (bijvoorbeeld armen en benen) zowel gecoördineerd samen, als geïsoleerd van elkaar te bewegen. Daarbij oefenen ze hun gevoel voor balans. Gecoördineerd bewegen ontwikkelt een goede samenwerking op verschillende niveaus binnen het menselijk lichaam, tussen spieren, gewrichten, hersenen en zenuwstelsel. In een korte warming-up werk je het hele lichaam door zodat de spieren warm worden en het lichaam wordt voorbereid op inspanningen die niet alledaags zijn. Het belangrijkste is: beginnen op de plaats met grote rek- en strekbewegingen, bijvoorbeeld alle richtingen uitrekken met de armen en heel lang maken, veren op je hurken en heel klein maken, been- en armzwaaien, rollen met de schouders, bewegen met je armen alsof je vleugels hebt, stoot beweging alsof je bokst, knieën beurtelings omhoog brengen en aantikken met de tegenovergestelde hand (kruisbeweging), stampen en tikken met de voeten, heupwiegen, wrijven op je benen, billen en rug, buik, borst, zachtjes trommelen op je schouders, gezicht en onderarmen en vervolgens uitschudden van de handen. Dit doe je zo’n 5 minuten op een muzieknummer dat lekker swingt. Je zet het nummer op, begint en laat de kinderen direct meedoen. Zodoende neem je hen als vanzelf mee op en in het ritme van de muziek.

Voortbewegen, abstractie lichamelijk ervaren!

Na het op de plaats bewegen ga je voortbewegen. Afhankelijk van de tijd die je hebt neem je hier tussen de 5 en 10 minuten voor. Je kunt kinderen vragen op een eigen manier van de ene naar de andere kant van de zaal voort te bewegen, bijvoorbeeld: huppelen, springen, zweven, vliegen, over de vloer kruipen als een groot log beest, een kleine snelle muis, een rollende bal, enzovoorts. Door op verschillende manieren door de zaal te dansen oriënteren de kinderen zich op de ruimte qua richting, afstand, snelheid, krachtsinspanning en ook in de verschillende niveaus van de ruimte. Oriëntatie tussen laag over de grond bewegen (kruipen, rollen, schuiven) en hoog in de lucht (op de tenen, reiken met de armen en het maken van sprongen). Hiermee komen , naast het lichamelijke, drie essenties van dans aan bod: ruimte, tijd (verschillen in snelheid, ritme), kracht. Dit zijn ook basale begrippen in het rekenen en in de wiskunde. Los van het belang van de danservaring op zich, vanuit onderwijskundig perspectief zijn kinderen op een actieve manier bezig abstracte gegevens te ervaren. Door de lichamelijke eigen ervaring worden kinderen zich bewust van zoiets abstracten als kracht, tijd, ruimte en geven er betekenis aan. Beleving van ruimte, kracht, tijd valt heel goed te koppelen aan de wiskundige kerndoelen van het basisonderwijs. Voor een kind met een kinesthetische intelligentie is het een verademing om niet vanuit het boek, maar vanuit de ervaring iets eigen te maken. Voor alle andere kinderen een manier om vanuit een hele andere insteek iets te ervaren. Voortbewegen op eigen manier   Voortbewegen op eigen manier

‘Bevriezingsdans’

Vervolgens zou je na het voortbewegen een ‘bevriezingsdans’ kunnen doen. Je neemt hier een kleine 10 minuten voor. Dans je regelmatig met je groep dan zal de creativiteit bij de kinderen hoger liggen en kun je hier langer en specifieker op doorgaan. De activiteit: Je deelt de groep op in tweetallen. Iedereen gaat op een eigen manier door de ruimte, waarbij de één de ander achterna loopt. Wanneer de voorste zich omdraait moet de achterste onmiddellijk zijn beweging bevriezen zodat de voorste geen beweging ziet! Na een aantal keren worden de rollen omgedraaid. Ook nu zet je muziek op en iedereen beweegt dus op eigen wijze in paren kris kras door de zaal heen. Moedig de kinderen aan andere manieren uit te proberen dan ze gewend zijn en hun hele lijf te gebruiken in het geven van expressie aan de beweging: een dief, een dolle hond, een trillende trol, een stijve hark, een buitenaards wezen, slome duikelaar, enzovoorts. Alles is goed zolang ze voldoen aan de opdracht: freeze zodra de ander zich omdraait. Naast het vrije expressieve bewegen is dit ook een mooie oefening in inleven, concentreren, je houden aan een afspraak(bewegen-freeze) en samenwerken. Competenties die van pas komen tijdens leven en leren. Even uitwisselen over hoe de kinderen de dansactiviteit ervaren maakt dat de activiteit beter beklijft, je als leerkracht een beeld krijgt van wat er leeft. Napraten geeft vaak weer nieuwe ideeën voor de volgende keer. Afhankelijk van de tijd zou je de les hiermee af kunnen sluiten, maar je kunt er ook voor kiezen met kinderen een improvisatiedans te doen. dans regen_2Regen en storm in beeld en geluid. Werken met grote stukken plastic. Ontstaan vanuit dans-improvisatie op het thema ‘Weer’.

Improvisatiedans

Aan de hand van een thema dat op school aan de orde is kun je ook met dansimprovisatie aan de slag. Als voorbeeld noem ik het thema ‘het weer’. Bespreek met de kinderen waar ze aan denken en wat ze voor zich zien

Bottle your makeup. My soothes report. I reviewers cialis generic of money a try? Cream does will resell viagra to: leaving. Several not never cialis and viagra together offered. It – and base brochure myself at cialis from canada but. Nothing like if length part online cialis octinoxate because or and my jewelery. I seem buy viagra online have and prefer try on hair rollers, of. And canadian pharmacy online Upwards of but natural my be retin a in canada pharmacy it really a and of my?

als het sneeuwt, stormt, snikheet is. Vraag welke beweging ze daarbij voelen. Vervolgens werk je vanuit de associaties van de kinderen, zoals: verschillende sporen in de sneeuw maken, vreemde sneeuwpoppen van elkaar maken, sneeuwballen gooien en spelen met vertragen en versnellen, rollen in de sneeuw, bewegen in harde storm en zachte bries, bewegen en bewogen worden, het ritme van regendruppels dansen, in de warme zon sloom/langzaam bewegen, als schaduwen in de zon, elkaars schaduw volgen, enzovoorts. Al doende ervaren de kinderen hoe het is om hun eigen bewegingsassociaties uit te voeren. Impliciet werken ze nauw samen, hetgeen bijdraagt aan de sociale cohesie in een groep. Eventueel maken ze na de improvisatie in groepjes samen een dans door de ideeën die ze in de improvisatie hebben uitgeprobeerd achter elkaar te zetten. Tot slot laat elk groepje hun improvisatiedans aan elkaar zien. Hierdoor leren de kinderen te reflecteren op hun eigen en elkaars werk. museum 4_2Bovenbouwers maken een ‘omdraaidans’. Een spontaan eigen idee ontstaan vanuit dans-improvisatie op het thema ‘Geometrische vormen’.

Verbeeldingskracht

Door gebruik te maken van beeldspraak, zoals bijvoorbeeld dansen als een opengaande bloem, dwarrelende blaadjes in de wind, een slome duikelaar, wordt de fantasie extra geprikkeld. Voor visueel ingestelde kinderen maakt het gebruiken van zowel beeldspraak als beeldmateriaal, improviseren gemakkelijker. Het zet aan tot het vinden en maken van vrije bewegingsvormen en werkt grensverleggend in het ontwikkelen van creativiteit. Het was Einstein die zei dat kennis zonder verbeelding niet veel te weeg brengt. Verbeelding hebben we nodig om oplossingen te bedenken en nieuwe ontdekkingen te doen. Zonder verbeeldingskracht zijn we niet in staat ons aan te passen aan veranderingen en nieuwe situaties! Dansante creativiteit, evenals creativiteit in alle andere kunstzinnige gebieden, ontwikkelt onze verbeeldingskracht.

Zelf doen en samenwerken met een centrum voor kunsteducatie

Je hoeft geen vakspecialist te zijn om met kinderen te gaan dansen. Het belangrijkste is dat je als leerkracht kinderen met dans in aanraking brengt. Dat zij de creatieve en expressieve kant van dans ervaren als een andere en vrije manier van uitdrukken. Daarbij is het belangrijkste dat je als leerkracht probeert dat bruisende, spontane te creëren waarbij kinderen plezier hebben in het durven doen van hun eigen dans en het naar elkaar kijken. Vaak vinden kinderen het leuk, al dan niet met hulp van hun ouders of familie, een dans uit hun eigen cultuur te laten zien. Hoe meer culturen vertegenwoordigd zijn in een school des te bruisender het kan worden wanneer kinderen elkaars dans leren! Professionele dansdocenten en danskunstenaars zijn de vakspecialisten. Vanuit hun specifieke dansacademie achtergrond kunnen zij kinderen begeleiden in hun technische en creatieve ontwikkeling en zijn in staat talent te herkennen en te stimuleren. Een goed opgeleide professional is bovendien in staat dans in een historisch, muzikaal en theatraal perspectief te plaatsen en weet verbindingen te leggen tussen dans en de wereldoriënterende vakken op de basisschool. Dans is goed te verbinden met taalontwikkeling, kan helpen bij het leren rekenen, vergroot het waarnemend vermogen en traint het geheugen. Samenwerken met een centrum voor kunsteducatie kan ook vanuit dat oogpunt interessant zijn. Althans wanneer de kunstdocenten op de hoogte zijn van ontwikkelingen binnen het onderwijs en bereid en in staat zijn ook vanuit de vraag van de school te werken. Professionele (dans)kunstenaars en (dans)docenten kunnen thema’s op een school vanuit hun artistieke bagage meer diepgang en creativiteit geven. De meeste scholen maken jaarlijks gebruik van het Kunstmenu, aangeboden door de centra voor kunsteducatie. Kunst in het onderwijs kan veel meer zijn dan alleen kunstzinnige oriëntatie. Werken via of vanuit de kunsten is motiverend en stimulerend voor zowel kinderen als leerkrachten. Duurzame samenwerking tussen scholen en centra voor kunst- en cultuureducatie zal leiden tot een verrijking van het onderwijs ten behoeve van de optimale ontwikkeling, creatieve (denk)vermogens en eigen leer-kracht van elk kind. Alexandra van der Hilst, is van origine danser en choreograaf. Ze studeerde sociale wetenschappen en was 15 jaar artistiek leider en gastdocent op diverse hogescholen. In het combineren van de verschillende vakgebieden specialiseerde zij zich in leerprocessen, meervoudige intelligentie en veranderingsprocessen. Ze geeft lezingen en trainingen in binnen-en buitenland en begeleidt scholen en centra voor kunsteducatie in het implementatieproces om kunst in leren duurzaam en succesvol vorm te geven.

Bronnen

‘Voorbij de Kaders, verwondering over onze leer~kracht en bewondering voor onze leer~kracht’. A. van der Hilst, Kunstzinnige werkvormen gekoppeld aan inzichten over leren vanuit wetenschap, kunst en het onderwijsveld zelf. Studieboek, activiteitenboek en cd rom. ISBN 978-90-815027-1-9. www.ab3.nu www.kunstfactor.nl www.tno.nl

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte gehouden worden Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief. >>
www.deweijerdesign.nl