Leerkracht als creator, ook in de taalles en… ouderbetrokkenheid!

Uit de praktijk

Christel van Amstel, leerkracht groep 3-4, vertelt hoe zij leerstof nu meer in een betekenisvolle context probeert te plaatsen. In de taallessen komt het er bijvoorbeeld op neer dat zij de methode naar haar hand zet en gebruik maakt van liedjes, expressie, dans, beeldmateriaal, computergebruik. Ik ken haar uit de tijd waarin ik aan de school verbonden was als vaste begeleider en trainer. Een vierjarig traject waarin de kunstvakken betrokken worden in het reguliere curriculum, gelieerd aan de meervoudige intelligentie benadering van Gardner. Voor de leerkrachten was het doel eveneens meervoudig: naast kijken met andere ogen naar kinderen, lesgeven en leren ook zelf (opnieuw) ervaren creator te zijn van je eigen lespraktijk. Inmiddels is dat alweer zes jaar geleden en is Obs De Blijvliet, in Rotterdam Zuid, vijf schoolleiders en vele bezuinigingen later. Vakkundige kunstdocenten van het SKVR verzorgen wekelijks lessen op school. Zo nu en dan verzorg ik een ‘opfrisdag’ voor het team. Ik ben bij Christel in de klas en zie een bevlogen leerkracht aan het werk. Na afloop praten we:

‘Mijn creativiteit stop ik nu in andere manieren van leerstof benaderen. Voor al mijn leerlingen geldt dat Nederlands de tweede taal is. Gesprekjes voeren en naar elkaar leren luisteren vind ik erg belangrijk. Naast de taal- ook voor de sociale ontwikkeling. Om de woordenschat uit te breiden gaat iedereen een huis maken en zelf inrichten. lettersIk neem allerlei woonbladen mee en kinderen zoeken plaatjes en knippen die uit. Aan elk meubelstuk wordt een kaartje geplakt met het woord erop. De kinderen gaan naast de meubels ook echt naar woorden op zoek, zoals kruk, stoel, tafel, kast, maar ook koelkast, douche, bankstel, enzovoorts. Ze gaan alles inrichten en doordat ze er zo mee bezig zijn krijgen de woorden ook echt betekenis voor ze. Er ontstaan gesprekjes over wonen en over wat ze mooi of lelijk vinden in hun eigen huis en zo komen we samen op nog meer relevante woorden. Als leerkracht kun je daarin sturen zolang je de leerstof en de doelen zelf goed in je hoofd hebt zitten.

Goede gesprekken en de koppeling met schrijven en lezen

Belangrijk is een veilig klimaat te creëren waarin gesprekken gevoerd worden over onderwerpen die voor alle kinderen interessant zijn. Dan ontstaat er grote betrokkenheid. Andere randvoorwaarden zijn:

  • Actieve luisterhouding van de leerkracht
  • Begrijpelijk taalaanbod door de leerkracht
  • Gevarieerde open vragen stellen
  • Leerlingen veel kansen geven om te praten
  • Inspelen op de interesses van kinderen
  • Kinderen uitdagen iets te vertellen
  • Vormgeven aan onverwachte situaties en onderwerpen
  • Vaardigheden om de methode op diverse didactische manieren uit te werken
  • Praten en luisteren verbinden met schrijven en lezen

‘Ik heb op het bord geschreven ‘met de pen’ en ‘met de computer’. De vraag is wat schrijf je met de pen en wat kun je met de computer schrijven. Daar komen mooie gesprekjes uit voort. Dan zegt de één een brief doe je met de pen en reageert een ander met de opmerking dat je dat ook met de computer kunt doen. Met de vraag wat maakt dat je voor een pen kiest of juist voor de computer daag ik hen uit verder te denken en hun gedachtes te verwoorden. De uitkomst is dat onder beide rijtjes het woord ‘brief’ staat. Een boek schrijven, vinden ze, dat doe je toch wel met de computer en dan zet ik ‘boek’ onder dat rijtje. Op deze wijze zijn we ook bezig met ordenen. In de twee rijtjes die ontstaan zien de kinderen op een gegeven moment dat er verschillen en overeenkomsten zijn. En dan hebben we het over waar dat mee te maken heeft. Bijvoorbeeld een boodschappenbriefje doe je wel even op een papiertje met de pen, want dat gaat sneller. Dat zien ze bijvoorbeeld bij hun moeder. Of iemand vertelt dat hij een lief mooi briefje voor z’n moeder heeft gemaakt. Ik kan van die spontane oprechtheid ook zeer genieten.’

Elke dag zingen een must!

Ook het zingen van liedjes draagt bij in de taalontwikkeling. De nadruk ligt dan op (woord)ritme, rijm, melodie, maar je kunt ook spelen met vraag en antwoord, herhaling, klank, volume en intonatie. Of kinderen zelf een tekst op een bestaande melodie laten maken en aan elkaar laten horen en leren. Volgens taalwetenschapper Vernooij krijgt een kind wat niet kan rijmen altijd leesproblemen. Voor de taalexpressie adviseert hij lezen op ‘toon’ vanuit verschillende rollen in een verhaal met aandacht voor klank en intonatie.zingen

Akke Feenstra, muziekdocent en één van onze eerste deelneemsters aan het traject Kunst in leren bij het ICO kunstencentrum in Assen, vindt elke dag zingen een must. En dan vooral liedjes met een zinnige tekst. Zij schreef daartoe ‘Blaas de ballonnen

op!’

. Inmiddels is zij op verschillende scholen cultuurcoach. Ik vraag haar of zij kan verwoorden waarom zij zingen zo belangrijk vindt:

‘Los van dat ik het heerlijk vind om te zingen, het is lekker fysiek en brengt je gezamenlijk met je klas in het moment, vul je met liedjes op een heel eigen manier je geheugen met taal. Hoe vaak hoor ik ineens een nummer uit de tachtiger jaren en floep: daar is de tekst ineens ook zomaar weer! Een muzikale manier van automatiseren. Die teksten kan je zo goed onthouden vanwege woordrijm, ritme, klankassociatie, muzikale logica. En natuurlijk vanwege de verbinding met je gevoel en de ervaring van het moment. Wetenschappelijk bewezen is dat muzikale mensen beter kunnen voorlezen, ze hebben gevoel voor timing, dictie en klemtoon. Ik vind het heel nuttig voor het ontwikkelen van gevoel voor zinsbouw, woordritme, lettergrepen, klemtoon, klankassociatie.’

Ook muziekdocent Mandy van Bleek, deelnemer van het Kunst in leren traject bij Pier K in Hoofddorp, verbindt muziek en taal in haar werk met peuters en kleuters.

in de kring‘Tijdens het zingen werken we spelenderwijs aan onder andere spraak en taalontwikkeling, woordenschat, adem, mondmotoriek, stemvorming, gehoorontwikkeling, grove en fijne motoriek. In de lessen wordt weinig gepraat, handelingen en spelletjes doen we zingend. Het maakt alles licht en vrolijk. Spreekversjes zijn een vast onderdeel met gebaren en bewegingen. Ook de instructies doe ik meestal zingend, of in elk geval speel ik met m’n stem! Kinderen zingen zelf verzonnen ideetjes of antwoorden op eigen manier terug. Door samen te zingen schep je een band met elkaar. In de taalverwerving speelt zingen een rol doordat kinderen ook goed leren luisteren naar klank en woordnuances. Liedjes maken blij of rustig en kunnen ook troost bieden. Net zoals voorlezen is samen zingen met je kind een verbindende activiteit!’

Ouderbetrokkenheid door taalles

Naar de effecten van voorlezen is veel onderzoek gedaan. Voorlezen aan kleuters bevordert hun taal- en leesvaardigheid en kinderen van ouders die veel lezen, voorlezen en een kast met boeken in huis hebben, doen het beter op school. Uit onderzoek blijkt ook dat kinderen van betrokken ouders, die vertrouwen hebben in de leerkracht van hun kind, het beter doen op school. Tegelijkertijd weten we dat veel scholen wanhopig zijn over het gebrek aan belangstelling van ouders naar de school van hun kinderen. Christel van Amstel vertelt hoe zij op school van de nood een deugd maakt:

‘Bij het lesonderdeel schrijven heb ik regelmatig moeders hier achter in de klas zitten. Dan zeggen die moeders dat ze het zelf eigenlijk ook niet weten en dan zeg ik dat ze mee mogen doen. Of soms weet ik dat ouders iets niet onder de knie hebben en dan nodig ik ze uit. Laatst zaten er op de achterste rij zes moeders. En dat gaat prima. De afspraak is dat ze zich niet met hun kind mogen bemoeien en het werkt prima. Maar of dat volgens de regels is? Ik denk het niet, maar zo heb je die ouders helemaal voor je gewonnen en ze kunnen hun kind veel beter begeleiden. En het is ook alleen maar tijdens die ene taalles aan het begin van de dag dat ik dat doe. Daarna kunnen ze nog koffie drinken in hun eigen ouderlokaal en praten over wat ze hebben geleerd. Dit soort dingen moet je gewoon doen, het maakt de ouders betrokken bij hun kind.’

De leer-kracht als creator!

Soepel omgaan met onverwachte situaties, een methode naar je eigen hand zetten, ontwikkelen eigen creativiteit en die ook durven toepassen, gebeurt niet vanzelf. Vaak horen wij van leerkrachten op voorhand dat ze denken dat zoiets ten koste gaat van kostbare lestijd. En ze hebben al zo veel te doen in beperkte tijd. Echter, wanneer je het één met het ander weet te verbinden en vervolgens te integreren gaat er niets ten kosten van iets anders. In tegendeel: leerstof wordt rijker en veelzijdiger waardoor zowel leerlingen als leerkrachten aangesproken worden op hun eigen denkvermogen en …creativiteit!

Op 27 november en 11 december geeft AB3 de open training ‘Creativiteit en ontwerpdenken in onderwijs’. De eerste bijeenkomst gaat over het ontwikkelen van creativiteit. Om de behandelde leerstof direct toe te kunnen passen verbinden we de inhoud aan de vakgebieden taal en wereldoriëntatie. De tweede bijeenkomst is toegespitst op ontwerpdenken. Beide dagen zijn voor leerkrachten en docenten uit het PO en VO. De training vindt plaats in Theater Achterom in Hilversum en duurt telkens van 13.30 uur – 17.30 uur. Klik hier voor meer informatie.

Gerelateerde artikelen:

Bronnen:

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte gehouden worden Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief. >>
www.deweijerdesign.nl