Natuur en meervoudige intelligentie, een kritische vraag!

Om handen en voeten te geven aan hoe kunst en onderwijs meer te integreren zijn, geven we naast lezingen, ook trainingen en begeleidingstrajecten in het onderwijs en de culturele sector. Theorie en praktijk worden met elkaar verweven middels voorbeelden, opdrachten en uitwisseling. In gesprekken wordt dieper ingegaan op kritische vragen en problemen.

Tijdens een begeleidingssessie bij een centrum voor kunsteducatie ontstond een interessant gesprek naar aanleiding van de volgende vraag:

survivaltocht 1Vraag:

In ’Voorbij de Kaders’ hoofdstuk 9 over ‘Creatieprocessen’ staat bij het verslag van een leerlingendag een aantal foto’s van een groepje jongens die een survivaltocht uitbeelden. In het registratiedocument op de volgende pagina hebben leerkrachten de meervoudige intelligenties aangegeven waar alle activiteiten aanspraak op maken. Zo staat bij deze activiteit ook natuur aangevinkt met een kleine omschrijving. Het gaat om een drama improvisatie opdracht. Behalve dat het zich in de natuur af zou spelen wordt er toch geen aanspraak gedaan op kennis uit de natuur?

Antwoord:

In het bedenken van hun survivaltocht stellen de jongens zich voor hoe dat zou zijn in het echt. Tijdens dit proces komen vanzelfsprekend vragen als ‘Hoe loop je op een glibberig pad dat steil omhoog of naar beneden gaat? Waar kunnen we schuilen als het keihard gaat regenen en onweren? Hoe ruikt het in de natuur na zo’n fikse bui? Hoe gaan we een rivier oversteken zonder brug? Welke geluiden hoor je, welke beesten leven er, wat zijn enge geluiden die we kunnen gebruiken in ons spel? Stel we bevinden ons in de jungle, heel hoog in de bergen, hoe overleven we dan? ’ aan de orde.

survivaltocht 2De improvisatie opdracht maakt aanspraak op onbewuste kennis over de natuur die bewust naar boven gehaald wordt in het brainstormen over de survivaltocht. De jongens worden aangezet om zoveel mogelijk ideeën te vergaren en er daarna iets mee te gaan doen. In dat proces verbinden ze verschillende ideeën met elkaar en ontdekken ook relaties: een bergpad voelt anders aan na een regenbui, zand wordt modder, modder maakt het pad glibberig, lopen wordt zwaar, je kunt uitglijden, je moet samenwerken, er komen regenwormen te voorschijn, enzovoorts. De jongens vormen zich een visueel ruimtelijke voorstelling van de natuur. Naast hun eigen verbeeldingskracht maken ze ook gebruik van elkaars ideeën, kennis en ervaringen. Ze zijn bezig oplossingen te bedenken voor zelfbedachte problemen. De opdracht wakkert hen aan om vanuit zoveel mogelijk verschillende situaties te exploreren. Uiteraard willen ze het in het uitbeelden zo gevaarlijk, stoer en spannend mogelijk maken. Daarbij maken ze zich dus ook een voorstelling hoe iets fysiek voelt, hoe het is om je bijvoorbeeld in de brandende zon, ijzige kou of stromende regen langs een touw omhoog een bergwand op te trekken en klimmen.

Vanuit verbeeldingskracht maakt de opdracht aanspraak op kennis uit de natuur. Minstens zo belangrijk is dat het creatieve denken wordt uitgedaagd. In het omzetten van het filmpje in hun hoofd naar een spannende presentatie ontwikkelen de kinderen impliciet diverse creatieve denkstrategieën.

Zie ook het activiteitenboek van ‘Voorbij de kaders’.

www.deweijerdesign.nl