Boekpresentatie
6 maart 2019
Choreografisch creëren als strategie – deel 3
12 april 2019

Choreografisch creëren als strategie – deel 2

Lange tijd waren ontwikkelingen in de wereld vrij goed te voorspellen. We bedachten modellen waarlangs we het leven beter konden begrijpen en arbeidsprocessen beter konden aansturen. Alles leek te verklaren langs oorzaak-gevolg schema’s en daardoor leek veel, zo niet alles, ook maakbaar.

Onder aanvoering van onze ratio werden efficiëntie en nut graadmeters van het hoogste niveau. Technologische vooruitgang, globalisering en digitalisering hebben ervoor gezorgd dat ondertussen zo’n beetje alles met alles is verbonden. Maar menselijke verbondenheid staat onder spanning.

Cognitieve intelligentie is de taal van logica en protocollen. Inmiddels hebben we ondervonden dat niet alles te vangen is in ‘logische’ procedures, ze drijven waarden en gevoelens dikwijls naar de achtergrond. Het hart telt ook weer mee, empathisch vermogen wordt vaak de intelligentie van het hart genoemd. En er bestaat ook zoiets als intuïtie, iets weten zonder dat je erover hebt nagedacht.

Dans is voelen, invoelen en verbinden, specifieker gezegd van binnen voelen en naar buiten projecteren. Met het lichaam als intelligent systeem. Daarmee kom ik op voelen en aanvoelen; het lichaam als intuïtief instrument.

Choreograferen is een manier van denken met lichaam en geest, een empathische symbiose van logica en intuïtie. In het choreografische maakproces ben je altijd in beweging, van verandering naar verandering, toewerkend naar een kloppend geheel. In het werken met dansers draait het om eigenheid in verbondenheid. Het beste van jezelf geven en ondertussen, in het proces van verbeelden en creëren, ontstaat een collectieve (veer)kracht, collectieve intelligentie en collectieve intuïtie. Voor dansers is het iets vanzelfsprekends, aan de ene kant is dat goed omdat juist daardoor de performance groeit. Aan de andere kant brengt die vanzelfsprekendheid vaak ook met zich mee dat er weinig bewustzijn bij dansers is over het specifieke en de (meer)waarde van dit soort kwaliteiten.

In mijn vorige artikel in deze serie had ik het over verschillen in werkwijzen en ‘codes’ in organisaties buiten de dans. Om een simpel voorbeeld te geven: Weerstand wordt in dans gezien als een energie waar je mee aan de slag gaat, beweging bestaat uit kracht en tegenkracht. Zonder weerstand geen dans, de manier waarop een choreograaf weerstand gebruikt voedt de verbeelding en geeft de choreografie sprankeling. Managers ervaren weerstand als een probleem dat weg moet of nog scherper gezegd: als iets dat ze leegzuigt. Als ik in organisaties werk merk ik dat weerstand een spannend onderwerp is. Door het onderwerp te herkaderen ontstaat ruimte om er anders mee om te gaan.

Of het nu om veranderingsprocessen, fusies of productinnovatie gaat, herkadering maakt het mogelijk thema’s anders te benaderen. Om bij het voorbeeld te blijven, samen door weerstand heen werken kost meer moeite en kan ook spannend zijn. Maar het brengt mensen bij het punt waar (weer) vrije energie is om te onderzoeken en ontdekken. Het levert inzichten, kennis en ideeën op die vaak zeer de moeite waard zijn om verder te onderzoeken. Bovendien is uitkomen bij wat mensen bezig houdt en waar ze energie in willen steken niet alleen voor hen persoonlijk, maar welbeschouwd voor elke organisatie van grote waarde!

Een choreograaf is eigenlijk altijd bezig een onderwerp vanuit verschillende kaders te benaderen. Het choreografische creatieproces kent overzichtelijke fases en wetmatigheden. Dat alleen al is bij het anders ontwerpen van werkprocessen of opzetten van research projecten interessant om te gebruiken. De verweven aspecten van voelen, denken, aanvoelen, verbeelden en handelen, maken het ook zinnig de werkwijze te vertalen naar een andere setting dan de dans. We krijgen daarmee handvatten om je op je gemak te (leren) voelen met het onbekende en nieuwe sociale gewoontes eigen te maken. In deze tijd van nieuwe vormen van samenleven, van samenwerken en van jezelf mogen zijn is die zoektocht naar nieuwe manieren om er ook echt vorm aan te geven noodzakelijk. In het boek beschrijf ik casussen in het onderwijs, de zorg- , cultuur- en ict-sector. Persoonlijke, organisatie- en community-ontwikkeling staan telkens centraal.

Dat brengt me tot slot op iets anders: Dans staat op zichzelf en is niet pas waardevol als het instrumenteel gebruikt kan worden. Het is een volwaardige kunstvorm. In een tijd waar niets onbetwistbaar lijkt en verbondenheid onder spanning staat is de strategie van choreografisch creëren een kansrijke manier om vraagstukken te ontrafelen, betrokkenheid te genereren en mensen in beweging te krijgen.

Wat ik dansers en het vak gun is om ook vanuit die kant naar het dansvak te kijken. De specifieke professional skills kunnen namelijk veel wijder ingezet worden. Dat ontsluit niet alleen kansen in een ander werkveld voor dansers en dansdocenten. Het artistiek dansonderzoek kan ook van meerwaarde zijn in wetenschappelijk onderzoek en een rol spelen in maatschappelijke vraagstukken. Maar daarover volgende keer meer!

Eerdere artikelen in deze serie: https://www.ab3.nu/choreografische-creeren-als-strategie-deel1/

Comments are closed.